Pastoor Adema (1975-1990)

Ja. Onvergetelijk

De tijd gaat snel. Steeds sneller lijkt het wel. Voor je het weet ben je weer jarig. De lente is al begonnen en straks is het mei. Mariamaand… Bevrijdingsdag…. Pinksteren. Maar het is ook de maand waarin we de verjaardag vierden van de hier in Lunteren nog altijd bekende en meest besproken pastoor: Siardus Adema. Een onvergetelijke man.

Siardus werd op 2 mei 1915 in Leeuwarden geboren. Na zijn priesterwijding was hij onder meer werkzaam in werkzaam in Cabauw, Klarenbeek, Denekamp, Zutphen, Slagharen, Netterden en Eemnes.

In 1974 sprak hij kardinaal Alfrink, die hem op een idee bracht: ‘De katholieke kerk in Lunteren kwijnt weg’ zo vertrouwde de kardinaal Pastoor Adema toe. Zou jij volgend jaar misschien naar Lunteren willen?’  ‘Ja waarachtig, ik voel er veel voor’ antwoordde Adema. En aldus geschiedde: Pastoor Adema heeft bijna 33 jaar in Lunteren gewoond. We hebben hier zijn 40-, 50- en 60-jarig priesterschap gevierd. Met erebogen bij de kerk en een rijtoer in een open landauer.

Van zichzelf zei hij nogal eens: ‘Ik ben een eigenwijze Fries’ en dat onderstreepte hij dan met een daverende lach.

Ja, humor had hij, maar daarnaast ook een oprechte belangstelling voor iedereen die op zijn pad kwam. Steeds vaker werd het ‘Meneer Pastoor’ dan ook ingeruild voor ‘Padre’ omdat - zoals het Lunters Nieuwsblad indertijd opmerkte - eerbied, ontroering en respect in dit ene warme woord goed tot uiting komen.

Zijn taalgrapjes waren vermaard: … komt een groep van 60 gasten uit Brabant naar onze zondagsviering. De ‘padre’ staat buiten een tijdje geanimeerd met ze te praten en vraagt ze intussen de oren van het hoofd. Dan komt hij het halletje binnen en kondigt onze gasten op zijn manier aan: ‘de meesten komen uit Best, en beter kan het niet!’

Of: ‘U wordt vast wel 100!’, zei een bewonderaar toen hij 92 werd. ‘Zo, heeft u daar dan verstand van?’ reageerde de padre….

De honderd heeft de padre niet gehaald… De 96 wel! Hij overleed in zijn ´vaderland´ Friesland. We zullen hem niet vergeten.

Onze bijdrage aan Titus Breed , mei 2016