Sint Antonius Abt patroon van Lunteren

Wie was Sint Antonius Abt?

Antonius werd omstreeks het jaar 250 geboren in Egypte. Zijn ouders waren welgestelde boeren. Na hun dood schonk hij, twintig jaar oud, zijn gehele bezit aan de armen en trok zich terug in de woestijn.

Hier verbleef hij in eenzaam-heid en leefde boetvaardig. Dit om dicht bij God te zijn. Zijn voorbeeld werkte aanstekelijk. Hij kreeg talrijke volgelingen. Hij geldt als de eerste kluizenaar en later werd hij de ‘vader van de monniken’. Al kort na zijn dood - hij werd 105 jaar oud - kreeg hij als bijnaam ‘de Grote’.

Door zijn afkomst werd Antonius de patroon van de boeren. Zijn bijnaam ‘Antonius met het varken’ ontstond in de Middeleeuwen. De Antonieten (een naar hem genoemde verpleegorde) mochten, als tegenprestatie voor de ziekenzorg die zij verrichtten, hun varkens vrij laten rondlopen. Die varkens waren herkenbaar aan een belletje dat ze om hun nek droegen. Op zijn patroondag (thans 17 januari, destijds ook op 6 juli) werden deze varkens geslacht. Nadat ze waren gezegend, werd het vlees verdeeld onder de armen.

 

Antonius Abt patroon van Lunteren

Onze kerk, de Sint Antonius Abt, werd gebouwd in 1959. Het jaar daarop werd hij op donderdagavond 25 februari ingezegend. Deze schijnbaar ‘nieuwe’ kerk heeft echter een veel langere geschiedenis. Daarvoor moeten we teruggaan naar de Middeleeuwen.

Ca. 1425 wordt er voor de bewoners van de buurtschap 'Luntheren', dat kerkelijk onder Ede valt, een kapel gebouwd, toegewijd aan St. Antonius. Op onregelmatige tijden komt de pastoor van Ede hier de mis lezen, maar jammer genoeg nooit op zondag. Dan gaat hij voor in Ede. Voor de Lunterse bevolking is dit een bron van onvrede.

In 1470 weten de Lunteranen een regeling te treffen met de toenmalige pastoor van Ede. Die belooft voortaan tweemaal in de week in Lunteren de mis te komen lezen: op woensdag en vrijdag. Dat is natuurlijk een hele vooruitgang. Maar een echte oplossing is het niet. De wegen zijn slecht. Vooral in de winter kunnen de Lunterse gelovigen zondags moeilijk naar de kerk. De onvrede houdt dus aan.

In 1566, het jaar van de Beeldenstorm, zeggen de Lunteranen eenzijdig het akkoord van 1470 op. Zij wijzen Alexander van Zijll aan als hun eerste eigen pastoor. De Utrechtse aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg steunt hen daarbij. Hij komt zelfs persoonlijk naar Lunteren om de kapel van Sint Antonius Abt tot kerk te wijden.

Van die ‘oude’ Antoniuskerk (de Grote Kerk in de Dorpsstraat) is niet veel meer over. (In de loop van de tijd is hij vele malen herbouwd en vernieuwd. Wat resteert uit de tijd dat hij gewijd werd, is alleen nog de middeleeuwse toren). Hij heeft ook niet lang als rooms katholieke kerk dienst gedaan. In 1580 wordt het Hof van Gelderland namelijk verzocht in Lunteren een gereformeerde predikant aan te stellen. Een verzoek dat wordt ingewilligd.

Twintig jaar later geeft het Hof opdracht de Veluwe rond te gaan en in Bennekom, Ede en Lunteren de ‘pauselijke superstitiën’ weg te nemen. Daarmee bedoelen ze: altaren, beelden, wijwatervaten, sacramentshuisjes, crucifixen en kapellen in bossen en op kruiswegen.

 

Lunteren: bedevaartplaats van Antonius Abt

Dat het Hof hierbij met de vinger naar Lunteren wees, was géén toeval. In die tijd was Lunteren namelijk een bedevaartplaats. Jaarlijks trok die veel gelovigen, niet alleen uit Lunteren en directe omgeving, maar ook uit het Sticht Utrecht en het Gooiland. Zaterdag en zondag vóór St. Toenisdag (6 juli) werden er processies gehouden en daarbij werd er een beeld van Antonius rondgedragen.

Die bedevaarten naar Lunteren bleken een taai leven te hebben. Meer dan eens werd de gewapende macht ingezet om ze de kop in te drukken. Zo worden in 1632 bedevaartgangers gedwongen hun bovenkleed in te leveren en in hun ondergoed naar huis te gaan. Tot na 1667 hielden de klachten bij de gezagsdragers over de Lunterse bedevaarten aan.

 

Het beeld Antonius Abt: verdwenen en weer teruggekeerd

Toen men in 1599 - op bevel van het Hof - in Lunteren de gewraakte ‘pauselijke superstitiën’ wilde verwijderen, was er in de kerk geen beeld meer te bekennen. Oók het beeld van Antonius was spoorloos verdwenen. Blijkbaar was het ‘ondergedoken’. Maar waar?  We weten het niet.

We vermoeden dat zijn beeld bij de jaarlijkse bedevaart - die nog 70 jaren standhield - telkens opnieuw ‘uit het niets’ opdook. Even mysterieus als het beeld in 1960 - na 360 jaar - terugkeerde in de onze ‘nieuwe’ Antonius Abt kerk.

Dat deze gebeurtenis de pers haalde, spreekt natuurlijk voor zich. Onder een foto van het heiligenbeeld, dat nu rechts van het altaar staat, lezen we in een krantenbericht:

‘Het beeld van St. Antonius Abt, tegen het einde van de zestiende eeuw verdwenen uit de kerk van Lunteren, toen die in handen van de hervormers kwam. Het beeld belandde in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht’, vanwaar het naar Lunteren is teruggekeerd om een plaats te krijgen in het nieuwe kerkje, dat daar vandaag wordt ingewijd’.(De Volkskrant, d.d. 25-02-1960).

Hoe het beeld, dat bij zijn omzwervingen zijn staf heeft verloren, hier is ‘teruggekomen’ is natuurlijk een raadsel….. Het enige dat we met zekerheid weten, is dat dit beeld in 1860 door Franz Bock, kanunnik van de Akense Dom, geschonken werd aan het Aartsbisschoppelijk Museum, thans het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Volgens deskundigen dateert het van het einde van de 15e of het begin van de 16e eeuw. Het beeld is gemaakt van lindenhout. 

 

Bronnen:

Alles over Antonius Abt kunt u vinden bij: www.adolphus.nl

Over de Lunterse bedevaarten bij: 

 http//: www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/450