Samenvatting

De voormalige Sint Antonius Abt te Lunteren door A. de Haan uit 1735.

De Sint Antonius Abt

Onze kerk werd gebouwd in 1959 en het jaar daarop ingezegend. Die ‘nieuwe’ kerk heeft echter een geschiedenis die teruggaat tot de Middeleeuwen:

Ca. 1425 wordt er voor de bewoners van de buurtschap 'Luntheren', dat kerkelijk onder Ede valt, een kapel gebouwd, toegewijd aan St. Antonius. Op onregelmatige tijden komt de pastoor van Ede hier de mis lezen, maar jammer genoeg nooit op zondag. Dan gaat hij voor in Ede. Voor de Lunterse bevolking is dit een bron van onvrede. In 1470 weten de Lunteranen een regeling te treffen: de pastoor belooft voortaan tweemaal per week bij hen de mis te komen lezen. Dat is wel een vooruitgang, maar géén oplossing. De wegen zijn slecht. Vooral in de winter kunnen de Lunterse gelovigen zondags moeilijk naar de kerk. De onvrede houdt dus aan. In 1566, het jaar van de Beeldenstorm, zeggen de Lunteranen eenzijdig het akkoord van 1470 op. Zij wijzen Alexander van Zijll aan als hun eerste eigen pastoor. De Utrechtse aartsbisschop steunt hen daarbij. Hij komt zelfs persoonlijk naar Lunteren om de kapel van Sint Antonius Abt tot kerk te wijden.

Van die ‘oude’ Antoniuskerk (de Grote Kerk in de Dorpsstraat) is alleen de Middeleeuwse toren nog over. Hij heeft ook niet lang als rooms katholieke kerk dienst gedaan. In 1580 wordt het Hof van Gelderland namelijk verzocht in Lunteren een gereformeerde predikant aan te stellen. Een verzoek dat wordt ingewilligd. Twintig jaar later geeft het Hof opdracht de Veluwe rond te gaan en in Bennekom, Ede en Lunteren ‘al ’t Rooms bijgeloof’ te verwijderen. Daarmee bedoelt men altaren, beelden, wijwater-vaten, sacramentshuisjes, kruizen en kapellen in bossen en op kruiswegen.

Lunteren: bedevaartplaats van Antonius Abt

Dat het Hof hierbij met de vinger naar Lunteren wees, was géén toeval. In die tijd was Lunteren namelijk een bedevaartplaats. Jaarlijks trok dat veel gelovigen, niet alleen uit Lunteren en directe omgeving, maar ook uit het Sticht Utrecht en het Gooiland. Zaterdag en zondag vóór ‘St. Toenisdag’ (6 juli) werden er processies gehouden en daarbij werd er een beeld van Antonius rondgedragen. Die bedevaarten bleken een taai leven te hebben. Meer dan eens werd de gewapende macht ingezet om ze de kop in te drukken. Zo worden in 1632 bedevaartgangers gedwongen hun bovenkleed in te leveren en in hun ondergoed naar huis te gaan. Tot na 1667 hielden de klachten bij de gezagsdragers over de Lunterse bedevaarten aan.

De huidige Sint Antonius Abt

Dank zij de komst van kazernes, fabrieken en scholen, waardoor het aantal katholieken op de Veluwe groeide, maakte de Sint Antonius Abt - na vier eeuwen - een ‘doorstart’. De kerk is eenvoudig van opzet en biedt plaats aan ca. 80 bezoekers.

Tot 2005 waren het ‘geestelijken’ die de scepter zwaaiden. We noemen hier: Pastoor J. B. Tepe (onze ‘bouwpastoor’), Pater Willem Dekkers, Emeritus Pastoor S.O. Adema (een zeer markante persoonlijkheid die hier lang gewoond heeft en die velen zich nog goed zullen herinneren) en Emeritus Pastoor A. Nühn (1995-2005)

Bestuur door leken

Sinds 2005 wordt onze geloofsgemeenschap bestuurd door leken. Met ca. 35 vrijwilligers houden we ons kerkje op de been. Aanvankelijk met veel plezier; de laatste jaren echter met gemengde gevoelens.

Wat is er aan de hand? Vrijwel alle kerkgenootschappen in Nederland krimpen en vergrijzen en wij katholieken doen dat in hoog tempo. Als antwoord hierop is er vanuit het bisdom een centralisatiegolf op gang gebracht waardoor er van onze betrekkelijke zelfstandigheid weinig is overgebleven.

Zo maken we sinds 2010 deel uit van de Titus Brandsma Parochie in Wageningen. Een héél klein deel: slechts 1% van de ca. 20.000 gelovigen. Gelukkig worden we tot nu toe voorzien van een gevarieerd aantal voorgangers: priesters, diakens en pastoraal werkers. Daarnaast hebben we twee parochiële voorgangers, leken uit eigen kring, die één viering per maand verzorgen. Een groot pluspunt bij dit alles is dat we een hechte gemeenschap vormen.

Kardinaal Eijk verwacht echter dat - als hij in 2028 met pensioen gaat -er van de 320 kerken in zijn bisdom, nog maar 20 zullen zijn overgebleven. Hopelijk staan onze gelovigen binnen afzienbare tijd dus niet ‘voor gesloten deuren’.